Onderzoekers: lachende mensen trekken meer geluk aan

Onderzoekers: lachende mensen trekken meer geluk aan

De gerenommeerde sociaal psycholoog Alexander Danvers voerde een grootschalig onderzoek uit en concludeerde dat glimlachen mensen gelukkiger maakt.

In de oorspronkelijke studie werd de deelnemers gevraagd aan te geven hoe leuk ze een tekenfilmserie vonden terwijl ze een pen in hun mond hielden. De truc was om de pen op verschillende manieren vast te houden: in het ene geval hielden ze hem met hun lippen vast, waardoor hun lachspieren niet bewogen werden, en in het andere geval hielden ze hem met hun tanden vast, waardoor die spieren juist wel geactiveerd werden. Wanneer de lachspieren actief waren, beoordeelden de deelnemers de cartoons als grappiger! Je realiseert het je misschien niet, maar glimlachen verandert de manier waarop je je voelt! Het leek erop dat het activeren van de spieren die met een bepaalde emotie worden geassocieerd, subtiel en onbewust de emotionele reacties van mensen beïnvloedde.

Maar toen bleek dat deze ontdekking niet klopte. In 2016 bleek uit een grootschalig onderzoek waarbij gegevens van 17 verschillende laboratoria werden verzameld, dat de resultaten van het oorspronkelijke experiment niet reproduceerbaar waren. Het activeren van de lachspieren veranderde niet hoe leuk de cartoons leken voor de deelnemers.

Dit resultaat leek overtuigend omdat de nieuwe poging veel meer mensen omvatte uit een meer representatieve steekproef (omdat het niet alleen studenten van dezelfde universiteit waren) en met een beperktere methodologie en analyse-opzet (omdat er deskundige gezichtsfeedback was). Maar was dit echt het geval?

Amper twee jaar later werd nieuw bewijsmateriaal aan de discussie toegevoegd. Tom Noah, Yaakov Shul, en Ruth Mayo wezen op wat volgens hen een belangrijk verschil was tussen de oorspronkelijke en de replicatiestudie: het gebruik van een videocamera.

Op basis van de feedback van een van de deskundigen besloot het replicatieteam elke sessie op video op te nemen om alles bij te houden (ook de juiste positie van de pen in de mond!). Maar videotaping kan iemand zelfbewuster maken. In verschillende psychologische artikelen wordt gezegd dat mensen minder op hun “intuïtie” vertrouwen om beslissingen te nemen wanneer ze weten dat ze in de gaten worden gehouden. Dit kan de resultaten van de gereproduceerde studie hebben beïnvloed.

Noah en zijn collega’s besloten daarom een nieuwe studie uit te voeren waarin ze de deelnemers willekeurig een van de twee verschillende versies van het experiment toedeelden: de oorspronkelijke versie zonder de camera en de replicatieversie met de camera. Wanneer de camera aan stond, was het resultaat hetzelfde als in de replicatie – er was geen lacheffect. En wanneer de camera niet aan stond, verscheen het effect net als in de oorspronkelijke studie. Dat wil zeggen, het was een kwestie van de videocamera.

Het is gemakkelijk dit te interpreteren als een strijd tussen wetenschapshervormers en hun tegenstanders onder de sociale psychologen. De traditionele conclusie werd verworpen, en vervolgens was er een tegenreactie die de verwerping weerspiegelde. (Het redactioneel commentaar van Noah en zijn collega’s impliceert dat de beweringen van de replicators over een “teruggang in de accumulatie van wetenschappelijke kennis” niet opgaan). Maar in feite is dit een prachtig voorbeeld van hoe het in de wetenschappelijke wereld zou moeten gaan. Wetenschappers moeten elkaars conclusies in twijfel trekken, en het is van groot belang om uit te zoeken of de resultaten juist zijn. Dit houdt zowel in dat de resultaten van replicatiestudies in twijfel worden getrokken als dat wordt nagegaan waarom de resultaten anders kunnen zijn wanneer zij worden gerepliceerd.

Een mogelijk resultaat van het herbekijken van vroegere studies moet altijd zijn “we zaten fout, dit effect zegt ons niets betrouwbaars”. Dit kan gebeuren als gevolg van statistische ruis – de gegevens leken een verschil te vertonen tussen de groepen, terwijl dat in feite niet zo was. Dit is niet de fout van de experimentator, maar het is iets dat kan worden geverifieerd door replicaties uit te voeren. Vaststellen dat een bestaande overtuiging onjuist is, zou altijd een aanvaardbaar resultaat van een studie moeten zijn, en het draagt bij tot de accumulatie van wetenschappelijke kennis.

Maar, zoals Noah en zijn collega’s ontdekten, soms kunnen de psychologische effecten subtieler zijn. Hun werk suggereert dat het glimlach-effect afhangt van de verlegenheid van mensen bij het zien van een nieuwe moderator. Door gedetailleerde kennis uit een ander gebied van de psychologie toe te passen, hebben zij een genuanceerder inzicht verschaft in hoe dit effect werkt. Natuurlijk, zoals zij in hun conclusie schrijven, kan een statistische analyse van hun succesvolle replicatie zonder camera er met een waarschijnlijkheid van 10% naast zitten.

Dit is waar het onderzoek van Noah en zijn collega’s belangrijk is. Mensen gebruikten de oorspronkelijke ontdekking vaak als bewijs dat glimlachen je gelukkiger maakt. Dat gezichtsuitdrukkingen de manier waarop je je voelt kunnen veranderen, zelfs als je het niet voelt. Maar nieuwe resultaten ontkrachten dit! Het effect is weg als je je schaamt. Het heeft dus geen zin om mensen te laten glimlachen om hun gevoelens te veranderen – ze zullen zich realiseren dat ze de stemming proberen te veranderen, en dat zal het effect teniet doen. Dus, wat zou ik nu zeggen in lezingen? Ik zou zeggen dat activering van de gezichtsspieren de stemming kan beïnvloeden – maar we kunnen het niet controleren.


No more posts
No more posts